Berichten

Van Ipena naar Alojera

Een stukje GR 132. Het pad is vrij makkelijk en volgt voor een groot deel wat waarschijnlijk de oude verbindingsweg is geweest: geplaveid met keien, nu grotendeels wel overwoekerd. Als ik het plaatsnaambord Alojera passeer, is het nog ruim een uur lopen over de asfaltweg naar het strand. Had ik niet op gerekend.

Erque

Met Nederlandse Gomera-bewoners naar Erque, daar een afdaling naar ruines van een grotwoning en een later daarnaast gebouwde finca. Mooi vakwerk van allemaal op elkaar passende stenen zodat er deurlijsten en afdakjes ontstaan. Er ligt nog oud gereedschap en meubilair. Ik denk een ouderwetse wieg te zien.

Daarna viskroketjes eten, staan hier bijna overal op het menu en zijn heerlijk, Gevolgd door nog een mooie wandeling doot het laurierbos, in nationaal park Garajonay, bij Las Hayas.

Morgen, zaterdag, vertrek ik naar Valle Gran Rey. Ik heb er voor een week een appartementje gehuurd, zo ongeveer aan de ruisende zee en het strand. Van daar uit doe ik de laatste 2 etappes op La Gomera. La Palma laat ik dus schieten, ik ken het eiland en heb er eerder al 3 etappes van GR 131 gelopen. Ik heb het prima naar mijn zin op La Gomera.

 

Chorros de Epina

Ik loop een gedeelte van de GR 132 naar Chorros de Epina. Het pad is steil en afgezien van weer een schitterend uitzicht niet bijzonder interessant. Epina is een dorp en ik vraag me af wat chorros zijn (vertaling ‘spuit’). Het blijken 7 houten pijpen te zijn die water van de berg in een stenen bak leiden. Oud en met legenden omgeven.

Terug naar Vallehermoso neem ik een lokale route en die is wel bijzonder. Eerst door laurierbos, dan paden omgeven door groen en bloemen, vervolgens door een dorp dat ooit bekend stond om zijn 10 wijnpersen en nog steeds wijn produceert. Tenslotte door het dal met tuinen en kleine akkers.

Lekker en gezellig wijn gedronken bij een Nederlands stel dat al jaren naar La Gomera komt en vorig jaar een finca kocht en hier nu permanent woont.

La Gomera

Bekender dan de GR 131 is hier de GR 132; een route van 8 etappes rond het eiland. Op de grote kaart van het eiland staan ook lokale wandelroutes aangegeven. En dan heb ik ook nog het groene boekje; de Rother wandelgids. Genoeg wandelingen om hier 2 weken te blijven en misschien doe ik dat ook wel.

Vandaag een lokale route gedaan vanuit Vallehermoso, naar Simancas en Tamargade. Heel afwisselende wandeling, van brede landwegen tot smalle paadjes met steenslag, zodat er van het paadje soms niet veel meer over is.

Gisteren route 4 van de GR 131 naar Playa de Vallehermoso. Kort stukje, maar wel mooi door de vallei, langs allerlei tuinen en velden waar veel moeite wordt gedaan om ondanks droogte groenten en mais en aardappelen te telen.

Mijn huisgenoot in dit hostel (het is er momenteel maar 1, het is niet druk) maakt op een Spaanse manier zijn ontbijt; 4 of 5 rauwe knoflooktenen over geroosterd oud brood schrappen  daar rijkelijk goede olijfolie over gieten en eten maar. Als je s morgens het hostel binnenkomt loeit de knoflookgeur je tegemoet.

Vallehermoso

Ik ben in Vallehermoso (‘Mooie Vallei’) op La Gomera, hostel Casa Amaya aan het dorpsplein, host Alfredo. Het hostel is zorgvuldig en sfeervel ingericht en Alfredo is zeer gastvrij. Hij heeft achter het hostel een half verwilderde groente- en kruidentuin waar ik kruiden mag plukken. Ik eet sla met majoraan, basilicum of menthe, kleine witte bloempjes die nootachtig smaken, nog wat ander onbekend geurig groen,  aangemaakt met lokale biologische olijfolie. Verrukkelijk.

Bussen rijden niet vaak, maar sluiten wel goed op elkaar aan. Vanuit Vallehermoso kan ik met max. 2 bussen bij elk startpunt van een etappe of uitgezette route terecht.

Op de wandelkaart van La Gomera is de tweedaagse route van Paddy Dillon in vieren gedeeld. Gisteren liep ik etappe 3 van Chipude naar Vallehermoso. Tussen Chipude en Las Hayas was het landschap glooiend. Daara, in het Nationaal Park Garajonay, gingen de wandelpaden door laurierbossen. Na al het dalen en stijgen wel lekker om een paar kilometer over tamelijk vlakke bospaden te lopen. Later langs de flanken zijn smalle paden veelvuldig overwoekerd door distels en ander stekelig  ongemak en vinden ook allerlei in secten mijn benen lekker.

Los Cristianos

Ik heb een zwak voor Los Cristianos op Tenerife. Het is een strandoord met strandboulevard en veel winkels en allerlei eetgelegebheden. Het leuke is dat je hier echt de meest uiteenlopende types vakantievierders voorbij ziet komen. Allerlei gendertypen, leeftijden, nationaliteiten, kledingstijlen, tweevoeters, eenvoeters, viervoeters, mensen die zich met wielen voortbewegen, sportievelingen, niet-sportievelingen, enz. Ik zit op het terras van El Turq Kebab en geniet.

Vanmorgen met 3 opeenvolgende bussen vertrokken uit Pozo la Salud naar de haven en met de ferry naar Los Cristianos op Tenerife gevaren. Verblijf nu in een verschrikkelijk slecht hostel, Tenerife Hostel, maar dat is maar voor 1 nacht. Morgenochtend met de ferry naar La Gomera.

Pozo de la Salud

Na een lange absoluut schitterende wandeling over de kam van de krater/het eiland en een flinke afdaling kom ik aan in de enige accommodatie in de wijde omtrek: Hotel Balneario Pozo de Salud.

De route begon op grote hoogte over vrij kale heuvels, vervolgens dennenbossen en daarna uitbundige bloemenvelden, aan het begin van de afdaling subtropische planten. En aan het eind rotsen en lava.

Pozo de Salud is zo ongeveer het einde van de wereld. Het hotel staat op de rotsen en het uitzicht over de kliffen is spectaculair. In de zee is niet te zwemmen,  maar het hotel heeft een flink zwembad.

De tweede dag in dit hotel ga ik s morgens met een soort buurtbus boodschappen doen in de dichtstbijzijnde supermarkt 10 km verderop in La Frontera. In vergelijking met Valverde een grootstedelijke plaats, met heel veel autoverkeer. De rest van de dag breng ik in en bij het zwembad door.

Tamaduste

De paden van Valverde naar Tamaduste zijn niet bijzonder. Wel steil. Tamaduste is een vakantiedorp dat zich vormt om een natuurlijk zwembad. De baai is bij eb door rotsen afgesloten van de zee. Bij vloed stroomt er water in. De zee is hier ruw. Maar in de baai liggen baders heerlijk te drijven. Ik baal er van dat ik geen handdoek bij me heb. De weg terug is ook steil.

Valverde – San Andres

Van de haven tot Valverde is het 7 km ver en 700 meter hoog.

Eenmaal boven Valverde is het landschap glooiend, landelijk, lieflijk. Ronde toppen van heuvels/bergen.

Ik passeer een kruis en een tegel aan de muur die meldt dat hier de Camino de la Virgin begint, de pelgrimsroute van El Hierro. Het pad is vrij breed en goed begaanbaar en omzoomd door klaprozen (op de andere eilanden nauwelijks gezien). Op een gegeven moment zien hele hellingen rood. Ik denk aan mijn moeder . Zij hield veel van deze bloemen.

Mijn route van vandaag is niet te lang, het is zaterdag en ik ben niet zeker of de bus regelmatig rijdt. In San Andres blijkt inderdaad dat ik 2,5 uur moet wachten. Ik loop dezelfde weg terug en ben voor de bus in Valverde.

Het is zaterdagmiddag en alle winkels zitten dicht. Valverde lijkt op een groot bergdorp. Maar wel een met een goed assortiment winkels, m.n. van de sportzaak ben ik onder de indruk (als ik de etalage zie).

El Hierro is dan ook een WANDEL-eiland. Zo ongeveer alle toeristen hier zijn (Spaanse) wandelaars. Vanmorgen routes, tips enz., uitgewisseld met andere hotelgasten. Iets wat ik tot nu toe wel gemist heb.

El Hierro

El Hierro vind ik spannend. Ik weet niet veel meer dan dat dit het kleinste eiland is en dat je van taxi’s gebruik moet maken om de hele route te lopen. Als de boot aanlegt zie ik een enorme berg voor me met een wit lint dat van linksonder naar rechtsboven loopt.

Als ik met een taxichauffeur het lint op rijd naar de hoofdstad Valverde, vertelt hij dat El Hierro officieel 11.000 inwoners telt, maar dat de helft ook een onderkomen op Tenerife heeft of op Tenerife naar school gaat.

Het hotel (The Boomerang) is eenvoudig en efficient en heeft een behulpzame receptie. Het is 9.00 uur s avonds en net nog licht.

Ik hoor de castagnetten als ik het hotel uitloop. Bij het plein voor het gemeentehuis verzamelen kinderen en jongeren zich en een stoet, processie? optocht? zet zich in beweging. Voorgegaan door een vaandeldrager, 3 fluitisten en 3 dikke trommen laten de kinderen/jongeren hun castagnetten klinken terwijl ze op de maat een soort dansende huppas maken. Het is opzwepend vrolijk.

Los Cristianos

Jacqueline vertrekt s morgens vroeg met de bus naar het vliegveld. Mijn ferry naar El Hierro vertrekt pas laat in de middag. Ik wandel langs de promenade naar een stukje baai dat ik aan het einde van de boulevard weet te liggen. Als ik langs een aziatische pedicure ga, kom ik op het idee mijn voeten te verwennen. Het is fascinerend om te zien hoe intens zij bijna 2 uur lang mijn nagels en voeten, knipt, vijlt, schuurt, insmeert, kneedt, lakt, masseert, scrubt en nog eens masseert en lakt enz. Als ik weer loop, voelt het als ‘walking on air’. Dit hebben mijn voeten verdiend.

Ifonche naar Arona

Het tweede gedeelte van etappe 24 begint over een klein asfaltwegggetje. Maar al snel worden het smalle paadjes langs weer flanken van een berg, door passen en kloven. Mooi uitzicht over de dalen tot Los Christianos en we zien ook La Gomera liggen. Met alle ongelijke stenen en gruis op de op- en neergaande smalle paden blijft het echter oppassen,  een uitglijder is zo gemaakt.

We hebben een goedkope overnachting geboekt in Banana Surf House, tegen de verwachting in blijkt het een superschoon hostal te zijn met een ruime kamer en alle nodige faciliteiten.

Vilaflor

Het maanlandschap waar route 64 uit het groene boekje (Rother Wandelgids Tenerife) naar toe leidt valt wat tegen. (Zeker als je ooit in Cappadocie geweest bent). Het betreft twee kleine gebiedjes met zacht steen in lagen. De route wordt als gemakkelijk omschreven, maar het ruim 2 km steile keienpad omhoog (hetzelfde als het pad omlaag) zou ik niet makkelijk noemen.

Vilaflor betekent: ik zie de bloem. Er bloeien in de omgeving dan ook uitbundig veel bloemen. Verder is het dorp bekend van Hermano Pedro  die in 1980 zalig is verklaard. En het dorp ligt hoog: vanaf het dakterras kijk ik neer op de wolken.

Hotel Rural Vilaflor is een mooi oud pand met stenen trap, veel houtwerk en heel erg gehorig. Op het terras van de cafetaria op het plein heb ik kennis gemaakt met de man die naast mij slaapt.

El Teide, vulkaan en hoogste punt van Spanje

Van El Portillo tot de parador is het 17 km over een gravelweg. Links en rechts rotsformaties ontstaan na vulkaanuitbarstingen in diverse tijdperken. Stenen die als een puzzel in elkaar passen, dan weer een bergrug met vloeiende lijnen of steile rotswanden die orgelpijpen heten. Bruin, rood en geel en een beetje zwart.

En steeds weer zicht op het majeno mistueuze El Teide.

De Organos hoogteweg

Met La Caldera als startpunt gewandeld over smalle paadjes langs, soms diepe, dichtbegroeide kloven. Route 7 uit Rother Wandelgidsen Tenerife (uitg Elmar) en een gedeelte etappe 20 van de GR.

Jacqueline is IVNgids en ontdekt het ene bijzondere plantje na het andere: struik van slangenkruid, de Teide-brem met witte bloemetjes, guichelheil, schroeforchis en andere orchideeen. IVN Den Bosch: er komt een Tenerife-avond aan.

Kustwandeling

Van La Mareta langs de Costa de Silencio naar Galletas. Mooie kustwandeling met beukend water op de rotsen. Marijke met Transavia naar Nederland, met Jacqueline met de bus naar Orotava, dicht bij El Teide.

Naar Tenerife

Met de ferry van Fred Olsen varen we van Agaete naar Santa Cruz de Tenerife. Als we een rondje door de stad maken volgen we een processie van dreumesen, verkleed als boeren en boerinnen. Ze lopen een beetje verwonderd in het gareel.

We halen Jacqueline op van het vliegveld, hebben met z’n drieen een heerlijk etentje met veel verse vis aan de haven van Los Abrigos en overnachten in Hostal los Amigos in La Mareta.

Van Finca La Isa naar Artenara

Hostal Finca La Isa ligt hoog, prachtige locatie met uitzicht op Roque Nublo, relaxte huiskamer/eetzaal, wees niet te kritisch op sanitair en er worden voortreffelijke (vegetarische) maaltijden en ontbijten geserveerd.

Gisterochtend stonden we op met strakblauwe hemel, vanmorgen stormt het en hangt bewolking laag en worden we nat in de mist. We wachten een half uur, het ziet er dan iets beter uit en we lopen naar Cruz de Tejeda om daar te besluiten of we de etappe van vandaag zullen lopen. De toeristische mevrouw verzekert ons dat het aan de andere kant van de berg mooi weer is. We gaan op pad en beleven weer een prachtige wandeling langs smalle paden op de kraterwand, die hier dus heel oud is en begroeid met allerlei plantjes en bloemetjes. En het weer aan de andere kant van de berg is dus uitstekend.

We lopen boven de wolken en in de verte zien we Tenerife liggen.

Het paadje gaat over in bredere paden door dennenbos. De eerste huizen van Artenara zijn gedeeltelijk rotswoningen. Artenara is een gezellig dorp dat de schrijver Don Miguel de Unamuno eert. In de jaren twintig van de vorige eeuw bereisde hij Gran Canaria en schreef  er een boek over dat bij Spanjaarden grote bekendheid geniet. Moet ik nog te pakken zien te krijgen. Verder heeft het dorp een stuk of zeven miradores (uitzichtpunten), het is dan ook schitterend gelegen aan de rand van de caldera.

Rondwandeling Tejeda

Wandeling 28 uit “het groene boekje” (Rother wandelgids Gran Canaria) leidt o.a. langs amandelboomgaarden.

De route gaat over smalle paden langs de flanken van de caldera, de krater die hier miljoenen jaren geleden ontstaan is.

Het gebied rond Tejeda is een schitterend wandelgebied. Er zijn verschillende routes uitgezet die goed bewegwijzerd zijn. Het landschap varieert sterk. Van dennenbomen op hoogte tot bamboebossen in de dalen. En het is hier groen met velden vol kleurige bloemen. Het kan ook plotseling regenen.

Pelgrimstocht

We verlaten accommodatie Vista Tunte. Prima verblijf, gastvrij onthaal, mooi appartementje met geweldig dakterras.

We lopen de eerste etappe van de pelgrimsroute, komt overeen met etappe 17 van Paddy Dillon, en wordt ook wel de Koningsweg genoemd. Route wordt aangegeven met wegwijzers. Het grootste gedeelte is geplaveid met stenen/kleine keien. Desalniettemin enorm inspannend want we stijgen vandaag in totaal 1.000 meter. We passeren een aantal passen. De vegetatie wordt steeds diverser: lage struiken met kleine lila, gele en witte bloempjes. Helemaal boven dennenbossen, afgewiseld met rotsachtige plateaus.

Dit is een pelgrimsroute naar de kerk in Galdar. Op deze smalle paden langs de flanken en over de passen hebben al tienduizenden pelgrims gelopen.

Aan de andere kant van de bergketen is de vegetatie plotseling heel groen en uitbundig. Hellingen zien helemaal geel, langs de kant van het pad ziet het allerlei kleuren lila, roze, rood, wit, geel. Ik herken klaproos en brem, maar er is zoveel meer.

De uitzichten zijn fantastisch. Even na het hoogste punt (1570 m.) zien we in de verte de haven van Las Palmas.

Het eindpunt, Cruz de Tejeda, blijkt een parador te zijn. We lopen nog een paar kilometer door langs de heuvelrug en komen aan bij Finca La Isa, ons verblijf voor komende 3 dagen.

Ronde om San Bartolome

Vandaag route 37 van Rother Wandelgidsen Gran Canaria. Wandelpaden langs de flanken van 2 bergen bij San Bartolome. Prachtige vergezichten. Aan de ene kant groen en finca’s, aan de andere kant slechts verspreid staande dennenbomen.

San Bartolome is een gezellig historisch dorp met een bakker,  een supermarktje en enkele cafe’s. Het is ook het beginpunt van de Camino de Santiago, een pelgrimstocht van 2 dagen over het eiland (en die niets te maken heeft met die andere camino op het Spaanse vasteland).

San Bartolome de Tirajana (Tunte)

Langs een andere weg dan 2 dagen geleden loop ik terug naar Maspalomas. Ik wandel langs de zandduinen naar het strand en wil een uurtje in de zon gaan liggen. Dan een appje: ‘Totale chaos op Schiphol’. Rust weg.

Uiteindelijk weet Marijke dankzij hardlooptraining in de laatste minuut de gate te bereiken en de vlucht te halen. Opgelucht weerzien op het vliegveld van Gran Canaria.

Met een taxi gaan we een lange slingerende vrij smalle weg berg op naar San Bartolome de Tirajana, ook wel Tunte. Als ik denk dat we er zijn, blijkt het dorp nog 10 km verderop te zijn. De rit is spectaculair. Diepe kloven, steile wanden, ruige bergen die uit verschillende bruine lagen bestaan. De tegenstelling met het toeristische oord beneden is ongelooflijk. Nog hoger neemt de bewolking toe en rijden we in mist door een naaldbomenbos. In de schemering komen we aan en helpen bewoners de chauffeur in de smalle straatjes ons verblijf voor de komende 2 dagen te vinden.

Berg op berg af

Van Montana la Data tot Ayagaures gaat de route berg op over een slingerende asfaltweg. Niet veel verkeer, na Monte Leon bijna alleen wielrenners. De omgeving is opeens verbluffend mooi, vergezichten, dorpjes tegen de heuvelruggen aan. Het landschap is ruiger dan op vorige eilanden. Op het hoogste punt zie ik Ayagaures in het diepe dal liggen. Ik kan 2 dingen doen: doorlopen en in Ayagaures taxi uit Maspalomas bellen of me omdraaien en berg af terug naar Montana la Data. Ik geniet nog even van het uitzicht en besluit tot het laatste.

In m’n accommodatie is een wasmachine en ik gooi al m’n kleren erin. Gelukkig is het warm vandaag.